{"id":36970,"date":"2012-03-12T00:00:05","date_gmt":"2012-03-11T23:00:05","guid":{"rendered":"http:\/\/www.olino.org\/?p=36970"},"modified":"2012-03-12T07:55:14","modified_gmt":"2012-03-12T06:55:14","slug":"energiebesparing-mislukt-door-gebrek-aan-praktische-kennis","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/articles\/2012\/03\/12\/energiebesparing-mislukt-door-gebrek-aan-praktische-kennis\/","title":{"rendered":"Energiebesparing mislukt door gebrek aan praktische kennis"},"content":{"rendered":"<p><a href=\"http:\/\/www.olino.org\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/gebroken-gloeilamp.jpg\" class=\"thickbox no_icon\"><img decoding=\"async\" loading=\"lazy\" src=\"http:\/\/www.olino.org\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/gebroken-gloeilamp-68x100.jpg\" alt=\"\" title=\"gebroken-gloeilamp\" width=\"68\" height=\"100\" class=\"alignright size-thumbnail wp-image-36973\" srcset=\"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/gebroken-gloeilamp-68x100.jpg 68w, https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/gebroken-gloeilamp-275x400.jpg 275w, https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/gebroken-gloeilamp.jpg 528w\" sizes=\"(max-width: 68px) 100vw, 68px\" \/><\/a>De les uit 40 jaar praktijkervaring met energiebesparing in de gebouwde omgeving, vari\u00ebrend van woonhuizen tot verpleeghuizen en de eigen nulenergiewoning, is dat alles wat fout kan gaan ook fout gaat. De &#8216;Wet van Murphy&#8217; geldt ook in de bouw. Het gebrek aan praktische kennis en (regel) technisch inzicht in de hele keten van opdrachtgever tot cv-monteur is soms schrikbarend. Als op dat punt niet snel verbeteringen worden bereikt zal er van een besparingsdoelstelling van 20-30 procent niets terechtkomen, laat staan van ambitieuzere reducties. Dit terwijl in onze praktijk 50 procent besparing in bestaande utilitaire bouw relatief gemakkelijk met kosteneffectieve maatregelen bereikt kan worden.<\/p>\n<p><!--more--><\/p>\n<p>Juist de introductie van ge\u00efntegreerde klimaatsystemen met PV en bijvoorbeeld warmtepompen vergt meet- en regelkennis en blijvende monitoring van de echte prestaties, die nu vaak ontbreken. Tevens is er onvoldoende controle op fabrikanten en leveranciers van zogenaamde klimaatneutrale technieken en concepten, waarover door de groene hype te hoge verwachtingen gewekt worden, die in de praktijk niet waargemaakt worden, zoals bij warmtepompen. <\/p>\n<p>Recente berichten in Trouw:<\/p>\n<ol>\n<li>in talloze verpleeg- en verzorgingshuizen is het bloedheet<\/li>\n<li>de EU gaat de bouwsector financieel helpen mits die energiezuiniger gaat bouwen<\/li>\n<li>Nederland moet van het Innovatieplatform een &#8220;knooppunt van kennisindustrie&#8221; worden<\/li>\n<li>het kabinet stelt miljoenen beschikbaar voor energiebesparing in gebouwen<\/li>\n<li>in Nederlandse auto- en metaalbedrijven staan duizenden technische banen op de tocht door de kredietcrisis. <\/li>\n<\/ol>\n<p>Wat hebben deze berichten met elkaar te maken? Technologisch worden we steeds knapper en presteren machines en installaties steeds beter met minder energie. Nooit eerder was er zoveel aandacht voor groen en &#8216;klimaatneutraal bouwen. Architecten en ingenieurs willen met &#8216;duurzaam bouwen&#8217; aan de slag. Isolatie- en energieprestatie- eisen in de bouw zijn aangescherpt. Gemeenten willen binnen twee decennia &#8216;klimaatneutraal&#8217; worden. Het klimaatbeleid lijkt te werken. <\/p>\n<p>Toch neemt het gasgebruik per hoofd nauwelijks af en neemt dat van elektriciteit al jaren toe en dreigt de CO2-uitstoot nog verder te groeien, na een tijdelijke dip door de kredietcrisis. De EU en Nederland hebben ambitieuze klimaatdoelen met 20 of 30 procent vermindering van het energiegebruik en de CO2-uitstoot tot 2020. Nog ambitieuzere reducties van 50-80 procent per 2050 lijken onafwendbaar. Behalve door alternatieve energieopwekking moet de beoogde afname van de totale mondiale CO2-uitstoot &#8211; die bij ongewijzigd beleid tot 2050 zal verdubbelen &#8211; voor bijna de helft door energiebesparing bereikt worden. Het klimaatbeleid en de voorzieningszekerheid vragen nog een enorme inzet van de sectoren bouw, verkeer, huishoudens en industrie om het huidige energiegebruik per hoofd meer dan te halveren &#8211; rekening houdend met bevolkingsgroei en welvaartstoename &#8211; zonder dat onze kinderen als bejaarde in de kou komen te zitten. <\/p>\n<h3>De praktijk<\/h3>\n<p>Die enorme besparingspotentie is er, maar de oververhitte verzorgingshuizen symboliseren het probleem dat daar in de praktijk nog weinig van terecht komt. De bejaarden wonen in het topje van de ijsberg: de hele sector van utilitaire gebouwen, scholen en kantoren heeft nog nauwelijks de besparingsmogelijkheden die al jaren beschikbaar zijn benut. Uiteindelijk verspillen deze gebouwen de miljarden kubieke meters aardgas die de afgelopen decennia dankzij isolatie en hr-ketels in particuliere woningen zijn bespaard. Zelden komen we in onze adviespraktijk gebouwen tegen waar niets meer te besparen valt, integendeel. Zelfs recente gebouwen die als &#8216;duurzaam&#8217; of klimaatneutrad ontworpen zijn blijken bij doormeting van het energiegebruik per prestatie-eenheid weinig duurzaam en al helemaal niet klimaatneutraal. Bijvoorbeeld het hoofdgebouw van VROM (waar overdag in vrijwel alle lege kamers het licht brandt!), kantoren van milieuorganisaties en sommige met de nieuwste apparatuur volgestouwde duurzame kantoren.<\/p>\n<p>Zo kreeg de architect van een zogenaamd &#8216;klimaatneutraal gebouw daarvoor een prijs terwijl de beweerde besparingen niet objectief zijn aangetoond. Hetzelfde geldt voor enkele zogenaamde nulenergiewoningen (waarin evenveel zonne-energie wordt opgevangen als wordt verbruikt) die niet kunnen aantonen dat zij werkelijk 0-energie bereikt hebben. Een ander voorbeeld uit de praktijk: een recent gebouwd verzorgingstehuis met 60 eenheden, dat ten gevolge van de gestelde zomertemperatuureisen en ondeskundig beheer 1 miljoen kWh per jaar gebruikt, ruim 12.000 kWh per bewoner -vier maal wat een gemiddeld gezin gebruikt!<\/p>\n<p>In de praktijk kunnen met bestaande technieken en ketels en redelijke terugverdientijden (&lt;10 jaar) besparingen tot een factor 2 of 3 behaald worden, zoals blijkt uit enkele verzorgingstehuizen waar wij &#8211; met behoud van comfort &#8211; het gasverbruik in enkele jaren teruggebracht hebben van circa 300.000 m3 tot 200.000 en van 200.000 tot 80.000 m3 per jaar. Over de levensduur van zo&#8217;n gebouw genomen gaat het dus om miljoenen m3, gelijk aan hele woonwijken! In menig tehuis of kantoorgebouw wordt jaar in jaar uit minstens 100.000 m3 gas en tienduizenden kWh verspild die met slimmer ontwerp en vakkundige installatie en beheer bespaard kunnen worden. Daarbij gaat het om meer dan onnodig brandende verlichting, te frequente groepsvervanging van TL-buizen en spaarlampen of verouderde ketels.<\/p>\n<p><a href=\"http:\/\/www.olino.org\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/energielabels.jpg\" class=\"thickbox no_icon\"><img decoding=\"async\" loading=\"lazy\" src=\"http:\/\/www.olino.org\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/energielabels-399x283.jpg\" alt=\"\" title=\"energielabels\" width=\"399\" height=\"283\" class=\"alignleft size-medium wp-image-36972\" srcset=\"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/energielabels-399x283.jpg 399w, https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/energielabels-99x70.jpg 99w, https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/energielabels.jpg 607w\" sizes=\"(max-width: 399px) 100vw, 399px\" \/><\/a><\/p>\n<p>In sommige gevallen werden enorme investeringen in warmtepompen gedaan (waarvan het rendement door de producenten schromelijk overdreven wordt) waarna die pompen in primaire energie meer gebruiken dan ze opleveren aan thermische energie. Regelmatig komen we uitgeschakelde wkk-installaties tegen of worden recent ge\u00efnstalleerde energiebesparende voorzieningen bij renovatie of verbouwing verwijderd. EPC-adviezen worden verkeerd uitgevoerd door op isolatie of zonwering te bezuinigen ten gunste van technische snufjes, die uiteindelijk wegens de hoge kosten geschrapt worden, waardoor het hele ontwerp niet meer klopt qua warmte-of koudebehoefte. Achteraf moet dan extra koel- of verwarmingscapaciteit ingebouwd worden, wat duurder is dan extra isolatie. In veel gebouwen werken verwarming en koeling gelijktijdig. Het aan het eind van een ontwerpproces wegbezuinigen van essenti\u00eble onderdelen van een integraal binnenklimaatsysteem, zoals intelligente temperatuurregelingen, leidt niet alleen tot oververhitte bejaarden maar ook tot oververhitte gasrekeningen. Door bijvoorbeeld 10.000 euro op software te bezuinigen wordt over de technische levensduur 100.000 euro aan gas verspild. Helaas worden besturen en beheerders van instellingen in de zorg en onderwijs of in de kantorensector niet op hun energiebesparingsprestaties afgerekend en hoeven ze blijkbaar over dat deel van het budget geen verantwoording af te leggen. <\/p>\n<p>Ook komt het voor dat een installatie met te veel toeters en bellen wordt geadviseerd, waardoor een zodanig ingewikkelde regelsituatie ontstaat dat niemand weet hoe het werkt, laat staan dat een technisch ongeschoolde beheerder er energie-effici\u00ebnt mee kan omgaan. Resultaat: 300 procent meerverbruik in plaats van &#8216;klimaatneutraal&#8217;. Of een modern kantoorgebouw waar de ene helft van de installatie door foute koppeling van koud-warmleidingen tegen de andere helft inwerkt zonder dat de installateur dat ontdekt. Ook in oudere gebouwen en kerken gaat het vaak mis doordat ondeskundig ontworpen installaties tot grote temperatuurverschillen leiden met houtrot, beschadigde orgels en gebarsten grafstenen als gevolg, terwijl het binnen nog steeds te warm of te koud is. PEN en andere kerken schieten hier soms ernstig tekort als beheerders van geld en schepping. <\/p>\n<p>Kortom, energiebesparing begint bij management\/opdrachtgevers, maar wordt alleen bereikt door nauwkeurig analyseren en monitoren van alle systeemcomponenten en hun prestaties, en door deskundige afstelling, inregeling en beheer door goed ge\u00efnstrueerd personeel. <\/p>\n<h3>De oorzaken<\/h3>\n<p>Uit de vele praktijkvoorbeelden moet geconcludeerd worden dat dit geen incidenten zijn maar dat structurele oorzaken de noodzakelijke 20 &#8211; 30 procent energiebesparing in deze sector blokkeren, zoals ook blijkt uit onderzoek van AgentschapNL. Energiebesparing staat of valt met meten: meten is weten. Zonder voormeting nauwkeurige monitoring van gebruik en prestaties weten installateurs noch beheerders hoeveel kuub of kilowatts bespaard worden en of besparingsmaatregelen werken. Zonder duidelijke meetresultaten &#8211; of door ontbrekende of ondeskundig opgestelde meetapparatuur &#8211; kan er niet &#8216;afgerekend&#8217; worden op prestatie; het energiebudget kan dan door beheerders noch toezicht houdende besturen beoordeeld worden. De enorme gasrekeningen van instellingen lijken niettemin geen probleem, ze worden toch wel betaald. Niemand is verantwoordelijk, terwijl besparingen van tonnen mogelijk zijn! Energiekosten wegen blijkbaar minder dan personeelskosten, goedkoop is duurkoop, ook bij energie. <\/p>\n<p><a href=\"http:\/\/www.olino.org\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/groenhuis.jpg\" class=\"thickbox no_icon\"><img decoding=\"async\" loading=\"lazy\" src=\"http:\/\/www.olino.org\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/groenhuis.jpg\" alt=\"\" title=\"groenhuis\" width=\"348\" height=\"370\" class=\"alignright size-full wp-image-36971\" srcset=\"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/groenhuis.jpg 348w, https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/groenhuis-94x100.jpg 94w\" sizes=\"(max-width: 348px) 100vw, 348px\" \/><\/a><\/p>\n<p>Ook de verantwoordelijkheden in de keten van ontwerp>bouw>beheer zijn onduidelijk en werken energiebesparing tegen. Architecten en aannemers hebben in de regel geen kaas gegeten van energiebeheer of installaties, opdrachtgevers en instellingsbesturen evenmin. Hoe groter de besturen en hun budgets, hoe minder betrokkenheid bij een (school)gebouw. Alleen de grotere installateurs hebben de vereiste kennis in huis maar hebben er zelf geen belang bij om maximaal mogelijke besparingen na te streven omdat die kostenverhogend zijn &#8211; ongeacht de terugverdientijd.<\/p>\n<p>De (6) fabrikanten van regelapparatuur hanteren eigen componenten en processen en werken niet met \u00e9\u00e9n standaard; adviseurs en installateurs kennen maar een deel van de producten en installaties. Daarnaast knijpen de aannemers de onderaannemers en installateurs uit om alles zo goedkoop mogelijk te doen, en zo worden &#8211; penny wise, pound foolish &#8211; essenti\u00eble regeltechnieken wegbezuinigd door leken. Architecten, aannemers en installateurs zien nooit de gas-en stroomrekening en wassen hun handen in onschuld als die tegenvalt. Aannemers verdienen grof geld aan begeleidingskosten die zij niet maken of niet vakkundig kunnen verrichten. Als de installatie wel state-of-the-art is, wordt er vaak bezuinigd op het inregelen en nameten ervan. Deze praktijk is vergelijkbaar met een dure zakenauto die met te lage bandenspanning en ontregelde ontsteking wordt afgeleverd, die nooit APK gekeurd wordt, waarvan het verbruik niet wordt bijgehouden en die zonder rijbewijs bereden wordt. Kantoren worden steeds vaker kortdurend geleasd, reden waarom er al helemaal niet in besparingstechnieken of alternatieve energie ge\u00efnvesteerd wordt. De afschrijvingstermijn van drie jaar, die veel bedrijven hanteren, belemmert de investeringen die op iets langere termijn rendabel zijn, terwijl gebouwen en installaties feitelijk decennia meegaan. Dit is strijdig met Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. <\/p>\n<h3>Gebrek aan praktische deskundigheid<\/h3>\n<p>Investeren in regeltechniek kan op korte termijn het gasgebruik flink reduceren, evenals inregelen van slecht afgestelde installaties, maar de potentie van deze verbeteringen wordt dus niet benut. Zelfs als actieve gemeenten in de milieuvergunning aanvullende eisen stellen aan de energieprestaties, blijven die onuitgevoerd doordat bedrijven en gemeenten de deskundigheid missen om de effectuering ervan te kunnen beoordelen. Het gebrek aan energiedeskundigheid lijkt alleen maar toe te nemen &#8211; op alle niveaus &#8211; doordat dit geen &#8216;vak apart vormt binnen de technische opleidingen en het de glamour mist van iets als computergestuurd ontwerpen. Het meest is er gebrek aan praktischtechnische kennis en inhoudelijke deskundigheid op middelbaar en lager technisch niveau, precies wat de bouwsector en installatiebranche nodig hebben. Hetzelfde geldt voor de beheerders, waar de conci\u00ebrges en kosters vervangen zijn door computers, maar wie stelt di\u00e9 energie-effici\u00ebnt in? Dure ingenieursbureaus en adviseurs missen vaak de praktische kennis die nodig is om de beschreven missers op uitvoeringsniveau te voorkomen, en veroorzaken die zelf door cumulatie van technische snufjes. Door pensionering gaat er meer praktijkkennis verloren dan er bij komt, zelfs cv-monteurs missen soms de basiskennis om een radiator correct te monteren! De behoefte aan &#8216;expertise van hand &amp; hoofd&#8217; neemt juist enorm toe nu de installaties ingewikkelder en computergestuurd worden om energie te besparen. <\/p>\n<h3>Oplossingen<\/h3>\n<p>De oplossing ligt in de gesignaleerde problemen besloten:<br \/>\n1) Ook aan utiliteitsbouw moeten strenge energieprestatie-eisen gesteld worden, vanuit MVO-principes en vanwege de enorme hoeveelheden gas en stroom die nu verspild worden<br \/>\n2) In de ontwerp- en bouwfase moeten architect en aannemer en installateur ontkoppeld worden zodat de installateur meer bepalend \u00e9n verantwoordelijk wordt c.q. afrekenbaar (positief en negatief) en budgetten en eisen voor energiebesparing worden gewaarborgd.<br \/>\n3) Op alle niveaus moeten de opleidingen en de praktische kennis op energietechnisch vlak verbeterd worden en toegespitst op energiebesparing.<br \/>\n4) Doorbreking van de situatie dat niemand verantwoordelijk is voor de verspilling en energiekosten is cruciaal zodat beheerders en instellingsbesturen bewust en verantwoordingsplichtig gemaakt worden voor het energiebudget en de besparingsinzet.<br \/>\n5) De Europese en nationale energie-en klimaatdoelen moeten dwingend doorwerken in eisen per instelling of categorie gebouwen.<br \/>\n6) Dat vergt betere monitoring en constante meting van de energieprestaties van gebouwen \u00e9n van organisaties, met sancties bij overschrijdingen.<br \/>\n7) Tienduizenden grote gebouwen moeten dus stuk voor stuk energetisch onderzocht en &#8216;CO2- gerenoveerd&#8217; worden. Dat zal top-down aangestuurd en bottom-up uitgevoerd moeten worden.<\/p>\n<p><a href=\"http:\/\/www.olino.org\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/arie-martin-kroon.jpg\" class=\"thickbox no_icon\"><img decoding=\"async\" loading=\"lazy\" src=\"http:\/\/www.olino.org\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/arie-martin-kroon.jpg\" alt=\"\" title=\"arie-martin-kroon\" width=\"308\" height=\"533\" class=\"alignright size-full wp-image-36978\" srcset=\"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/arie-martin-kroon.jpg 308w, https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/arie-martin-kroon-57x100.jpg 57w, https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-content\/uploads\/2012\/03\/arie-martin-kroon-231x400.jpg 231w\" sizes=\"(max-width: 308px) 100vw, 308px\" \/><\/a> Dit alles vergt ook een cultuuromslag, weg van kortetermijndenken bij managers, controllers en bestuurders, stoppen met &#8216;groene window dressing&#8217; bij fabrikanten, en meer &#8216;inclusief denken&#8217; en handelen (gericht op besparing) op alle beslissings- en uitvoeringsniveaus waar de energieverspilling nu structureel wordt veroorzaakt. Bij praktijkmensen en jongeren zal de liefde voor praktischtechnisch werken (en vuile handen) het weer moeten winnen van de hang naar comfort- en statusgericht beeldschermwerk. Architecten en ingenieurs zijn er genoeg, wat nodig<br \/>\nis zijn duizenden goed opgeleide energie- en installatietechnici op lager en middelbaar niveau en betere overdracht van aanwezige praktijkkennis, anders zal het niet lukken. Als de politiek, de energiesector, de bouwsector en het technisch onderwijs dit niet oppakken, verzeilen we vanzelf richting klimaatfopspeen kernenergie (waarvoor \u00f3\u00f3k onvoldoende expertise is). Alleen door een grootschalige energietechnische sanering van gebouwen en een vlotte organisatie van de uitvoering kan bereikt worden dat de enorme besparingspotentie (>50%) in de utilitaire bouwsector gerealiseerd wordt. Goed voor de economie en het klimaatbeleid en goed voor de scholieren, kantoorwerkers en de bejaarden in die gebouwen. En werk zat voor de technici die in de bouw, metaal- of autosector overbodig worden&#8230;<\/p>\n<p><em>Door Arie en Martin Kroon<\/em> <\/p>\n<p>Dit artikel is eerder gepubliceerd in <a href=\"http:\/\/www.koudeenluchtbehandeling.nl\/\" title=\"Informatie over airconditioning koeltechniek en koude maar ook ventilatie koeling en lucht - Airconditioning en koeling op RCC Koude en Luchtbehandeling\">RCCK<\/a>.<\/p>\n<hr\/>\n<h3>Meer informatie<\/h3>\n<ul>\n<li><a href=\"http:\/\/www.energienulhuis-kroon.nl\/\" title=\"\f\">MET DE ZON naar realisatie nul-energiewoning Woubrugge<\/a><\/li>\n<li>Website <a href=\"http:\/\/www.hetnieuwerijden.nl\/\" title=\"Het Nieuwe Rijden: home\">Het Nieuwe Rijden<\/a><\/li>\n<\/ul>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De les uit 40 jaar praktijkervaring met energiebesparing in de gebouwde omgeving, vari\u00ebrend van woonhuizen tot verpleeghuizen en de eigen nulenergiewoning, is dat alles wat fout kan gaan ook fout gaat. De &#8216;Wet van Murphy&#8217; geldt ook in de bouw. Het gebrek aan praktische kennis en (regel) technisch inzicht in de hele keten van opdrachtgever [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":100,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":[],"categories":[3],"tags":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/36970"}],"collection":[{"href":"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/100"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=36970"}],"version-history":[{"count":8,"href":"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/36970\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":36975,"href":"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/36970\/revisions\/36975"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=36970"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=36970"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/olino.org\/blog\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=36970"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}